Blog

Abonneren






Ja, ik heb de wettelijke en ga hiermee akkoord Gebruiksvoorwaarden*

PGD

PGD: Pre-implantatie Genetische Diagnostiek van aneuploide

Wat is aneuploïdie? Welke ziekten kan men met de PGD-test opsporen? Dient men een vruchtbaarheidsbehandeling te beginnen om te test te doen? Hoewel er drie varianten van PGD zijn, afhankelijk van de mutatie die opgespoord moet worden, gaan wij het in dit artikel hebben over PGD, de pre-implantatie genetische test om aneuploïdie op te sporen.

Wat is aneuploïdie?

Om het over onregelmatigheden in de chromosomen te hebben, moeten we eerst uitleggen wat chromosomen zijn. Chromosomen zijn DNA-structuren waarin onze genetische informatie zit. Normale menselijke embryo’s (euploïden) tellen 23 chromosomenparen. Een kopie van elk paar erft men van de moeder en de andere kopie van de vader.

Bepaalde verstoringen tijdens de vroege ontwikkeling van zaadcellen, eicellen of embryo’s kunnen resulteren in embryo’s met een onjuist aantal chromosomen en deze numerieke afwijkingen in het chromosomenaantal noemt men aneuploïdie.

De meeste chromosoomafwijkingen leiden uiteindelijk tot miskramen en de rest wordt in verband gebracht met genetische ziekten.

Waaruit bestaat PGD precies?

De PGD of pre-implantatie genetische testing voor aneuploïdie screening is een techniek in de voortplantingsgeneeskunde die het mogelijk maakt het embryo vóór de implantatie in het laboratorium genetisch te analyseren, om alleen gezonde embryo’s over te brengen en ziekten zoals onder andere het syndroom van Down (veroorzaakt door de aanwezigheid van een extra kopie van chromosoom 21, het Turner-syndroom of het Klinefelter syndroom op te sporen.

Om deze test uit te voeren, is het van essentieel belang dat de patiënt een in-vitrofertilisatiebehandeling ondergaat.

Wanneer de embryo’s het blastocyststadium bereiken (tussen de 5e en 6e dag van de embryonale ontwikkeling, om de test zo betrouwbaar en veilig mogelijk te maken), wordt een embryobiopsie uitgevoerd via een kleine insnijding die met een laser wordt gemaakt, om de screening op aneuploïdie uit te voeren die ons later informatie zal geven over welk embryo genetisch normaal is en die zo zal bijdragen tot het slagen van de implantatie en het bereiken van een zwangerschap.

Welke ziekten kan opsporen?

Aangezien het normale aantal chromosomen 23 paren is (22 plus het XX- of XY-geslachtspaar), kunnen met de genetische pre-implantatietest voor de opsporing van aneuploïdie aandoeningen worden opgespoord zoals het syndroom van Down, waarbij chromosoom nummer 21 drievoudig voorkomt (bekend als trisomie 21).

Andere aandoeningen die door middel van genetische tests op aneuploïdie kunnen worden opgespoord, zijn trisomie 18, het syndroom van Edwards, en trisomie 13, het syndroom van Patau.

Wat de geslachtschromosomen betreft, is er het syndroom van Klinefelter, dat optreedt wanneer een man wordt geboren met een extra X-chromosoom en dat zich uit in een abnormale ontwikkeling van de testikels en een abnormale productie van testosteron. Bij vrouwen wordt de gedeeltelijke of volledige afwezigheid van ditzelfde chromosoom het syndroom van Turner genoemd, dat de ontwikkeling van meisjes beïnvloedt.

PGD

Wanneer is het raadzaam een genetisch onderzoek zoals PGD uit te voeren?

Het percentage patiënten dat PGD ondergaat, is vrij hoog bij behandelingen met eigen eicellen, aangezien het meestal gaat om patiënten van rond de 40-45 jaar. Met de leeftijd neemt het percentage aneuploïdie exponentieel toe en het is zeer gebruikelijk om aneuploïde embryo’s te vinden naarmate de leeftijd van de patiënt toeneemt.

Deze techniek is ook aangewezen voor gevallen van herhaalde miskramen, ernstige mannelijke factoren of patiënten bij wie de implantatie na IVF herhaaldelijk is mislukt wegens de mogelijkheid dat zij een aandoening van de geslachtscellen hebben die problemen met het embryo kan veroorzaken.

“Alleen al in de kliniek van IVF-Spain in Alicante onderging 41% van de patiënten in 2020 PGD, naast PGT-M voor zeer specifieke aandoeningen met een in de familie onderzochte mutatie, zoals taaislijmziekte, osteogenesis imperfecta of sikkelcelanemie”.

Aranzazu Bosch, embryologe bij IVF-Spain.

Hoewel PGD-tests vooral aangewezen zijn voor vrouwen van gevorderde leeftijd, worden ook koppels of vrouwen met een voorgeschiedenis van herhaalde miskramen of een genetische ziekte in de familie of karyotype-veranderingen bij één of beide ouders aangeraden de test te ondergaan.

In elk geval bevelen wij in onze groep klinieken de PGD-test aan om de slaagkansen van elke geassisteerde voortplantingsbehandeling te vergroten, aangezien deze de kans op een miskraam verkleint en de kans op een baby zonder chromosoomaandoeningen vergroot.

PGD procedure

Bij IVF-Spain begint elke behandeling met een eerste afspraak, online of persoonlijk, waarop een van onze specialisten uw medische voorgeschiedenis en uw eventuele voorgeschiedenis van andere vruchtbaarheidsbehandelingen analyseert.

Als deze eerste afspraak persoonlijk is, wordt er een volledig gynaecologisch onderzoek van de vrouw uitgevoerd, evenals een sperma-analyse in het geval van heteroseksuele koppels. In onze groep klinieken proberen we onze patiënten te helpen met een volledig gepersonaliseerd behandelingsplan. Hiervoor stellen we een volledige medische diagnose om ons gemeenschappelijk doel te bereiken: een baby krijgen.

Zodra de diagnose is gesteld en de specialist samen met de patiënte heeft besloten op welke dag de behandeling zal beginnen, begint de stimulatie van de eierstokken.

De duur van een eierstoksimulatie bedraagt 10-15 dagen, waarbij de patiënte dagelijks injecties krijgt toegediend om de groei van de follikels te bevorderen en meer dan één rijpe eicel te produceren in eenzelfde cyclus. Op die manier slagen wij erin de respons van de eierstokken en de productie van eicellen te verhogen en daardoor het aantal bevruchte embryo’s te doen toenemen, zodat het minder waarschijnlijk is dat het proces dient te worden herhaald.

De dag van de eicelpunctie zal afhangen van de evolutie van de stimulatie: het aantal en de grootte van de follikels wordt gecontroleerd door echografie en hormoonanalyse om het beste moment te vinden om de eisprong op te wekken en de eicelpickup te plannen. De eicelpunctie wordt uitgevoerd in de operatiekamer, met lichte verdoving en echografie om het follikelvocht waarin de eicellen zich bevinden, op te zuigen.

Nadat de rijpe eicellen zijn verkregen, worden deze samengevoegd met het sperma (van de partner of van een donor) en wordt de bevruchting gedaan via in-vitrofertilisatie (IVF) of de ICSI-techniek (intracytoplasmatische micro-injectie).

De specialisten van ons IVF-laboratorium volgen de ontwikkeling van de embryo’s tot de vijfde of zesde dag van de ontwikkeling. Tegen die tijd moeten de embryo’s het blastocyststadium hebben bereikt en worden ze ingedeeld volgens hun kwaliteit. Dit noemen we embryoselectie.

Embryo’s van voldoende kwaliteit worden onderworpen aan een embryobiopsie. Met de biopsie extraheren we cellen uit het embryo die wij genetisch analyseren om te bevestigen dat het aantal chromosomen van de geanalyseerde embryo’s juist is.

Met deze analyse kan worden nagegaan of er sprake is van een chromosoomafwijking (aneuploïdie) dankzij de massale sequencingtechnologie (NGS, Next Generation Sequencing), de meest geavanceerde op het gebied van de voortplantingsgeneeskunde.

Wat gebeurt er als de PGD resultaten bekend zijn?

Ongeveer 20 dagen later krijgen we de resultaten van de analyse. Afhankelijk van het aantal chromosomen dat het bevat, kan men zeggen dat het embryo normaal is en dus in aanmerking komt om te worden gedevitrificeerd en in de baarmoeder van de moeder te worden overgebracht.

Indien het embryo een chromosoomafwijking vertoont, wordt het verwijderd, aangezien de Spaanse wet niet toestaat dat een aneuploïd embryo na PGT-A- of PGT-M-analyse wordt overgebracht.

In die zin controleert het team van embryologen alle gegevens van de patiënten, het embryo, het genetisch resultaat en de cryo-apparatuur waarin het embryo is ingevroren, voordat het wordt verwijderd.

De pre-implantatie genetische test voor de opsporing van aneuploïdie is steeds gebruikelijker bij patiënten, en voor onze embryologen is het iets gewoons in het laboratorium: “Praktisch elke dag voeren wij deze zeer specifieke techniek uit, waardoor wij zeer goed opgeleid zijn en voorop lopen op dit gebied”, verduidelijkt Bosch.